INFO OVER BRODDELEN

De B.L.S. methode (Bewust Leren Spreken) kan u helpen.

 

Broddelen is een veelvoorkomende maar niet altijd herkende vloeiendheidsstoornis. De meeste mensen hebben een idee wat stotteren is, maar zijn nauwelijks bekend met kenmerken van de vloeiendheidsstoornis broddelen.

 

Toch kent iedereen wel personen die een heel verhaal kunnen vertellen, waar je als luisteraar flink veel moeite hebt om het geheel te begrijpen of sprekers die zo snel spreken, dat het verstaan echt onder druk staat. Als de verminderde verstaanbaarheid of vloeiendheid een relatie heeft met de spreeksnelheid van de persoon kan er sprake zijn van broddelen.

 

Mensen die broddelen weten vaak zelf niet dat ze een vloeiendheidsstoornis hebben omdat ze het fenomeen niet kennen en er weinig info over terugvinden. Ze merken soms dat anderen hen slecht verstaan maar ze zijn er zich niet van bewust dat dit een spraakstoornis is waarvoor therapie bestaat.

 

Broddelen kan voorkomen in verschillende gradaties (verschillen in ernst). Sommige mensen hebben lichte kenmerken van broddelen waar ze zelf nauwelijks hinder van hebben. Of waar ze zich zelf niet bewust van zijn. Wanneer die broddelkenmerken hun verstaanbaarheid toch negatief beïnvloeden, gebeurt het wel eens dat het vooral de omgeving is, die de persoon in kwestie attent maakt op de onduidelijke manier van praten (denk aan ouders, leerkracht, werkgever, collega's…).

 

Bij mensen met een ernstiger broddelprobleem, blijft het broddelen meestal niet beperkt tot een snelle, slordige manier van articuleren. Zij (of hun omgeving) signaleren vaak ook moeite met het structureren van een verhaal, het helder en kernachtig overbrengen van informatie, het juist vormen van zinnen of correct verbuigen of vervoegen van woorden. Sommigen hebben het lastig met de beurtwisseling in een gesprek, met oogcontact, enz.

 

Doordat er bij broddelen herhalingen van woorden en klanken optreden, lijkt het soms op stotteren. De symptomen zijn niet specifiek zoals bij stotteren en zijn daardoor minder opvallend. Broddelen en stotteren gaan echter ook vaak samen.

 

 

Vaak is er bij broddelen, net zoals bij stotteren, sprake van een erfelijke component. Het grootste deel van de jongeren (ongeveer 85%) die broddelen hebben een familielid met een historiek van spraaktaalmoeilijkheden of vloeiendheidsproblemen.

 

 

 

Wat is broddelen nu precies ?

 

Mensen die broddelen zeggen dikwijls : “Ik denk dat ik stotter maar eigenlijk is het niet echt stotteren” of ze zeggen : “Anderen klagen altijd dat ik te snel spreek en bij momenten onverstaanbaar ben.”

 

Broddelen is een stoornis in de vloeiendheid van het spreken waarbij de spreker niet in staat is zijn spreektempo aan te passen aan de talige of spraakmotorische/ spraaktechnische eisen van het moment (Van Zaalen, 2009).

 

Of zoals St.Louis et al. (2010) stellen : een vloeiendheidsstoornis waarbij naast segmenten van haastig spreken er ook een hoge mate is van “normale” - m.a.w. niet zoals bij stotteren - niet-vloeiendheden – zoals herhalingen, stopwoorden, zinnen hernemen … - en/of een hoge mate van inslikken van delen van woorden en/of abnormale pauzes, accentuatie of spreekritme.

 

De afdeling Vloeiendheidsstoornissen van de American Speech-Language-Hearing Association (de Amerikaanse vereniging spraak-taal-gehoor) heeft de volgende definitie opgesteld: Broddelen is een vloeiendheidsstoornis, die gekarakteriseerd wordt door een snel en/of onregelmatig spreektempo, een grote hoeveelheid niet-vloeiendheden en vaak andere symptomen, zoals taalproblemen, soms leerproblemen en concentratieproblemen.

 

Het beeld van een persoon die broddelt wordt versterkt door mogelijks één of meerdere onderstaande eigenschappen :

 

 

De meest voorkomende symptomen / kenmerken van broddelen op een rijtje :

 

•hoge spreeksnelheid

•slechte verstaanbaarheid

•veel voorkomen van niet-vloeiendheden zoals herhalingen, zinnen opnieuw beginnen, tussenwoorden en stopwoorden, pauzes …

•moeite met het uitspreken van meerlettergrepige woorden, inslikken van delen van woorden

•chaotisch vertellen door ongeorganiseerde zinsbouw en verteltrant

•snelle herhalingen van woorden en woorddelen in het spreekritme

•niet bewust van het onduidelijke spreken en niet opmerken van spreekfouten

 

Overige kenmerken die aanwezig kunnen zijn :

 

-Verwarrende, ongeorganiseerde taal of communicatieve vaardigheden

-Tijdelijke verbetering als gevraagd wordt langzamer te spreken of zich op het spreken te concentreren (of als er een opname wordt gemaakt)

-Foutieve klemtonen of onduidelijk uitspreken van klanken

-Familieleden die ook stotteren of broddelen

-Sociale problemen of problemen op het werk kunnen ontstaan door het onverstaanbaar spreken

-Leerproblemen, die niet voortvloeien uit een laag intelligentieniveau

-Slordig handschrift

-Makkelijk af te leiden of soms een beperkte concentratiespanne – Hierdoor worden mensen die broddelen soms onterecht gediagnosticeerd met ADHD (hyperactiviteit)

-Auditieve waarnemingsproblemen kunnen voorkomen

-Soms snel regels kwijt, zonder opzet (bij kinderen en jongeren)

-Vaak extern gericht, erg sociaal, doet liever iets voor een ander dan dat hij eigen taken afmaakt

 

 

Prevalentiecijfers van stotteren zijn reeds lang bekend. Prevalentie van broddelen is nog slechts minimaal bepaald. Recent onderzoek toont aan dat broddelen vaker voorkomt in de populatie van jongeren en volwassenen dan stotteren (broddelen 2,3 % van de bevolking en stotteren 1%, Van Zaalen et al., 2012)

 

Wetenschappelijk onderzoek lijkt aan te wijzen dat bij personen die broddelen de taalformuleringsprocessen onvoldoende zijn geautomatiseerd en dat daardoor - vooral bij de snel sprekende momenten – er te weinig tijd wordt gepland voor de spraakproductie. De planning van de spraak kan hierdoor niet binnen de beschikbare tijd optimaal verlopen en daardoor ontstaan fouten in de spraak zoals een hoge frequentie “normale” niet-vloeiendheden, woordstructuur – en zinstructuurfouten.

 

Niet-vloeiendheden:

 

Er bestaan twee verschillende categorieën van niet-vloeiendheden :

ostotter niet-vloeiendheden die gepaard gaan met een gevoel van controleverlies en vaak fysieke en emotionele spanning

onormale niet-vloeiendheden. Normale niet-vloeiendheden welke elke spreker wel eens ervaart in zijn lopende spraak maar bij mensen die broddelen veel voorkomen :

Woordherhalingen (“maar, maar ik wil dat”)

Interjecties, tussenwoorden en stopwoorden (“euh” of extra pauzes)

Zinsdeelherhalingen (“Ik wil, ik wil gaan”)

Zinnen hernemen (=revisies) (“Ik ga, Ik ging naar huis”)

 

Indien iemand heel vaak bovenstaande “normale” niet-vloeiendheden vertoont samen met een snelle of onregelmatige spreeksnelheid zal men spreken over het type syntactisch broddelen. Het optreden van zoveel niet-vloeiendheden kan verklaard worden door het feit dat de persoon die broddelt tijd moet winnen om zijn spraak te plannen en daarom regelmatig herhaalt of pauzes toevoegt. Het is alsof we de persoon kunnen horen denken en formuleren.

 

Het type fonologisch broddelen wordt vooral gekenmerkt door een hoge mate van articulatiefouten / woordstructuurfouten en inaccurate articulatie (mompelen). Voorbeelden van woordstructuurfouten zijn bijvoorbeeld delen van woorden inslikken (=telescopie) zoals bv. “disaur” in plaats van “dinosaurus”, verwisselen van lettergrepen zoals bv. “Ma-ga-das-car” en verwisselen van klanken (“heps” in plaats van “hesp”).

Bovenstaande woordstructuurfouten ontstaan omdat planningsfoutjes in de snelle spreeksnelheid niet tijdig ontdekt worden.

 

Mensen die broddelen zijn moeilijk in staat om spreekfouten en onduidelijkheden in hun eigen spraak te ontdekken. Ze zijn zich werkelijk onbewust van deze spreekfouten. Er zou zoveel aandacht besteed worden aan de taal – en spraakplanningsprocessen waardoor er geen aandacht meer kan geschonken worden aan het opmerken van spreekfouten (het zogenaamde monitoringsysteem werkt inadequaat) en daarom zal de persoon die broddelt niet begrijpen waarom de luisteraar het niet verstaan heeft. De persoon die broddelt zal bij de vraag tot herhalen vaak ook niet geneigd zijn om zijn spreken aan te passen.

 

Het is een bekend feit dat mensen die broddelen vaak meer last hebben thuis in vergelijking tot spreken in formele spreeksituaties zoals een spreekbeurt of belangrijk telefoongesprek. Eenzelfde persoon kan vloeiend zijn in de klas maar meestal niet-vloeiend zijn in omstandigheden waarin men doorgaans ontspannen is zoals bv. thuis of met vrienden op café, na een pintje …. Naast het spreek – en communicatietempo speelt aandacht zeker een rol bij broddelen. Het is een bekend verschijnsel dat wanneer een persoon die broddelt moe of ziek is, het spreken slechter is in vergelijking tot energievolle momenten.

 

Het is ook een bekend feit dat mensen die broddelen vloeiend en verstaanbaar kunnen spreken als zij zich concentreren op hun spreken en spreken in een lagere spreeksnelheid.

Daardoor zien we de omgeving van iemand die broddelt vaak een stuk onterecht reageren met de boodschap : “Doe gewoon wat meer moeite en spreek wat trager”. Het spraaksysteem van de persoon die broddelt neemt echter geen spreekfouten waar, is zich niet bewust van de hoge spreeksnelheid en bijgevolg is het zeer vervelend dat men de persoon die broddelt terechtwijst op een kenmerk waar hij / zij geen controle over heeft. Het blijkt voor personen die broddelen ook niet zo eenvoudig om hun spreeksnelheid aan te passen en vol te houden omdat dit veel aandacht vraagt en deze aandacht wordt vaak opgeëist voor het kunnen plannen van hun spraak en taal.

 

 

 

 

BRONNEN :

 

-Boek : Broddelen, Een (on)begrepen stoornis. Auteurs : Yvonne Van Zaalen en Coen Winkelman. Uitgeverij Coutinho 2009

-Artikel : Is broddelen een op taal gebaseerde vloeiendheidsstoornis ? Auterus : Van Zaalen Yvonne et al. in Logopedie 2012, jaargang 25, nr 4., 132-137

-The source for stuttering and cluttering (Daly, D; 1996)

-Stuttering and related disorders of fluency (Conture, E. & Curlee, R. ; 2007)

 

 

 

Wat is nou het verschil tussen broddelen en stotteren?

 

Ondanks het feit dat iemand die stottert en iemand die broddelt allebei veel herhalingen kunnen maken, zijn er toch veel verschillen : Iemand die broddelt is zich niet bewust van zijn stoornis, iemand die stottert daarentegen wel ! Omdat iemand die stottert zich bewust is van zijn stotteren gaat hij hier tegen ‘vechten’ of proberen te vermijden. Hierdoor hebben de herhalingen en verlengingen veel meer spanning. Wanneer iemand die stottert een woord aan ziet komen waarop hij gaat stotteren, gaat hij ook vaak dit woord willen vermijden. Iemand die broddelt, broddelt echt op willekeurige momenten. Hij/zij broddelt ook altijd, op ontspannen momenten zelfs nog meer.

In wetenschappelijke literatuur worden verschilpunten maar ook overeenkomsten tussen stotteren en broddelen beschreven. In de praktijk zien we vaak mensen met een mengvorm broddelen-stotteren.

 

Een stottertherapeut of logopedist gespecialiseerd in vloeiendheidsstoornissen is in staat om de juiste diagnose van stotteren, broddelen of mengvorm broddelen-stotteren te stellen.

 

 

Wat kan je als luisteraar of omgeving doen ?

 

-Vraag gerust aan de persoon die broddelt (of stottert) wat hij/zij wil dat je doet. Sommige mensen vinden het niet erg als ze af en toe eens een teken krijgen.

 

-Probeer zelf ook niet te snel te praten en iets langere pauzes te nemen bij beurtwisselingen in een gesprek.

 

-Geef geen onterechte betuttelende adviezen in de aard van “spreek gewoon een beetje trager” of “denk eerst goed na voor je iets zegt” en beoordeel de persoon niet als lui of denk niet te gauw dat de persoon geen moeite doet. Het moeilijk kunnen concentreren op het spreken is net een eigenschap van broddelen.

 

 

 

Info voor kinderen die broddelen en hun omgeving en leerkrachten :

 

De diagnose broddelen wordt in principe pas gesteld na de leeftijd van 10 jaar.

 

Voorgaande problemen in de jonge kinderjaren worden doorgaans gediagnosticeerd en behandeld als problemen in de spraak – en taalontwikkeling (vertraagde taalontwikkeling, articulatiestoornis, fonologische spraakstoornis, vertraagd leesontwikkeling ….) en pas op latere leeftijd komt de op taal gebaseerde vloeiendheidsstoornis broddelen op zich als dusdanig naar voor.

 

Indien er echter een duidelijk familiaal voorkomen van broddelen of vloeiendheidsstoornissen bestaat, kunnen we bedacht zijn op voorteken van de diagnose van broddelen.

 

Broddelen wordt niet altijd herkend bij kinderen en jongeren door zichzelf, hun omgeving, leerkrachten en schoollogopedisten. Onderstaande info omtrent voortekenen van broddelen kunnen in de toekomst helpen om kinderen en jongeren die broddelen te herkenen, door te verwijzen en te helpen.

 

Ouders kunnen aan een logopedist / stottertherapeut een broddelverklaring met betrekking tot hun kind vragen en vragen om info en advies te formuleren voor de leerkracht. Een voorbeeld van een broddelverklaring kan men vinden op :

 

Onderstaande info is uitgebreider aanwezig in de infobrochure “Broddelende kinderen : info en advies voor ouders en leerkrachten” die men gratis kan downloaden op de website van het boek over broddelen (zie homepage).

 

 

 

Welke voortekenen van broddelen zijn er?

 

Als kinderen op de basisschool of in het voortgezet onderwijs één of meerdere van de volgende kenmerken vertonen, moet de leerkracht alert zijn op mogelijk broddelen:

 een hoog spreektempo;

 telescopie bij meerlettergrepige woorden (in elkaar schuiven van lettergrepen);

 het overslaan van kleine woordjes (zoals lidwoorden en voorzetsels) bij hardop lezen, bij schrijven of auditieve geheugentaken;

 het gebruik van verkeerde woorden (semantiek) of verkeerde woordvolgorde (syntaxis) bij snel spreken of schrijven, terwijl deze niet worden gemaakt bij het rustig spreken of schrijven;

 het vastlopen in de leesontwikkeling door radend lezen, door veel fouten te maken bij het lezen in een hoog tempo en door letterspiegeling van /b/ en /d/;

 meer fouten dan op basis van de intelligentie van het kind verwacht mogen worden bij begrijpend lezen.

 

 

Consequenties voor het leren:

 

Communicatie is een belangrijk ingrediënt van het schoolse leren. Een probleem in de communicatie kan dan ook op vele terreinen van het leren effect hebben. Zo is het bekend dat kinderen die broddelen nog wel eens een hogere frequentie leesfouten maken dan klasgenoten, kan het handschrift moeilijk leesbaar zijn, ervaart de leerkracht problemen in het uitvoeren van opdrachten omdat de opdracht mogelijk net niet goed verwerkt is etc.

 

 

Spreekbeurten

 

Personen die broddelen presteren beter op een hoger alertheidniveau. Bij spannende gebeurtenissen is het alertheidniveau aanzienlijk hoger. Spreekbeurten en boekbesprekingen zijn bij uitstek momenten vol spanning. Deze spanning in combinatie met de voorbereiding die de leerling heeft gedaan zal vaak leiden tot nauwkeuriger geformuleerd, gecontroleerd en verstaanbaar spreken. Dit in tegenstelling tot kinderen die stotteren voor wie spreekbeurten en boekbesprekingen soms aanleiding zijn voor ernstige spreekmoeilijkheden.

 

Advies:

 

Moedig kinderen aan zich goed voor te bereiden, langzaam te spreken en kortere

zinnen te gebruiken.

 

Puberteit:

 

In de ontwikkeling van de spreeksnelheid is er tijdens de puberteit sprake van een groeiende vorm van zelfreflectie, juist ook ten aanzien van het spreken. In zijn jonge jaren was de persoon zich vaak niet bewust van zijn niet-vloeiendheden. In de puberteit, een voor de mens zeer kwetsbare periode, komt geleidelijk het besef van afwijkende spreken. Vaak ontstaat deze bewustwording onder invloed van opmerkingen uit de persoonlijke omgeving. De puber krijgt dan opmerkingen als ‘Man, wat spreek jij onduidelijk!’; ‘Je mag wel eens wat duidelijker spreken, zeg!’ en vaak ‘Wat zeg je?’ te horen krijgen. Uit deze opmerkingen begrijpt de puber wel dat hij iets niet goed doet, maar hij weet niet wát hij niet goed doet. Hij kan zich dus ook niet verbeteren.

Hierdoor kan de broddelende spreker onzeker worden over zijn spreekprestaties.