THERAPIE VOOR BRODDELEN

De B.L.S. methode (Bewust Leren Spreken) kan u helpen.

DIAGNOSE:

 

 

Voor een correcte diagnose kan men zich het best aanmelden bij een stottertherapeut of logopedist gespecialiseerd in vloeiendheidsstoornissen.

 

De logopedist zal dan samen met de cliënt zorgvuldig trachten in te schatten welke aspecten van spraak en taal problematisch verlopen, en welke elementen het sterkste bijdragen tot de slechte spraakverstaanbaarheid.

Op deze elementen zal in de behandeling dan worden gefocust.

 

 

THERAPIE:

 

Doordat broddelen nog niet goed bekend is, twijfelen sommige logopedisten of ze een effectieve behandeling kunnen bieden voor broddelen. Gelukkig zijn stottertherapeuten en logopedisten, die zich in stotteren hebben gespecialiseerd, zich ook gaan specialiseren in de behandeling van de vloeiendheidsstoornis broddelen.

 

Voor broddelen kan je logopedie volgen maar best intensief want adviezen zoals “spreek eens wat trager” of “denk eens na voor je iets zegt” zijn niet nuttiger dan een matige zanger oproepen mooier te zingen : hij wil wel maar het gaat niet vanzelf.

 

Als je broddelt, zal je jouw aandacht voor het spreken proberen te versterken. Bijvoorbeeld door veel je eigen spraak op te nemen en terug te luisteren en spreekfouten te leren ontdekken.

 

Over het algemeen is een van de eerste doelen in de therapie het bewust leren verlagen van het spreektempo. Een methode die kan gebruikt worden is de methode van het bewust leren spreken (BLS techniek) die ook toegepast wordt bij mensen die stotteren (zie ook gertreunes website). In het begin moet je het vertragen van het spreektempo heel bewust doen en klinkt het wat kunstmatig maar mettertijd wordt het meer een automatisme en gaat het natuurlijker klinken.

 

Vaak wordt ook geoefend op het leren bewust pauzes te maken.

 

Het kan ook zinvol zijn te oefenen met het, op een overdreven manier, leggen van de klemtoon in langere woorden.

 

Sommige mensen die broddelen hebben er baat bij zowel de inhoud ( het “wat”) als de manier van overbrengen (het “hoe”) van een boodschap te plannen.

 

 

Het resultaat van de behandeling hangt, naast de ernst van het broddelen, ook af van het doorzettingsvermogen, het concentratievermogen en de motivatie van de persoon.

 

 

 

Onderzoek en behandeling van broddelen wordt in de regel vergoed door de mutualiteit. Net zoals de vloeiendheidsstoornis stotteren wordt er éénmalig gedurende een tijdspanne van maximum 2 jaar, 192 sessies van 30 minuten of 96 sessies van 60 minuten voorzien. De therapie wordt voor 75% terugbetaald door de mutualiteit.

 

 

 

 

 

ERVARINGSBERICHT LISBETH:

 

Lisbeth 26 jaar: "Toen ik de diagnose kreeg dat ik broddelde in plaats van stotteren ging er een nieuwe wereld voor mij open. Ook het feit dat ik er iets aan kon doen vond ik spannend. Mijn vriend en ik oefenen nu al een paar maanden en hij hoeft mij nooit meer te vragen om mijn zin te herhalen. Dat alleen al is voor mij de moeite waard geweest om op therapie te gaan. Mijn volgende droom die ik wil waarmaken is mijn opleiding voor kleuterleidster afwerken. Vroeger was ik steeds gebuisd op mijn stages. Dat ik te slordig sprak was mij toen niet duidelijk. Ook tijdens de Europacup voetbal grapte mijn vriend vaak dat ik vroeger ook wel eens een Johan Boskampke deed...

 

ERVARINGSBERICHT BART:

 

Doe wat beter je best. Je praat te snel, je schrijft onduidelijk. Dit heb ik in mijn leven al vaak gehoord. Met deze getuigenis wil ik mijn verhaal van vertellen. Misschien dat andere mensen die broddelen er zich in herkennen.

Op zesjarige leeftijd werd ik naar de logopedie gestuurd om de letter R te leren uitspreken. Na enkele keren hield ik het voor bekeken. Het lukte mij toch niet. In de lagere school en in het middelbaar kreeg ik af en toe de opmerking om wat duidelijker te praten. Ik vond vooral dat ze maar wat meer moeite moesten doen om mij te begrijpen. Rekenen deed ik graag, maar taal, dictee, schoonschrift, spreekbeurt, dat was voor mij niet leuk. Telkens hoorde ik : ‘Doe wat meer moeite, je kunt het’. Ja ik kan mooi schrijven (toch één zin lang), ja ik kan traag praten (tot één minuut lang). Maar het kost mij veel moeite. Was ik te lui?

Op de hogeschool vroeg een docente mij vlakaf of ik een spraakgebrek had. Wablief, ik een spraakgebrek ? Hoe durfde ze! Ik was kwaad, geschokt … Het was de eerste keer dat ik besefte dat ik misschien mogelijks een klein beetje te snel praat. Ik ging langs bij een logopediste die mij meteen diagnosticeerde als een persoon die broddelt. Achteraf gezien heb ik geluk gehad dat ik bij een heel bekwame logopediste was terecht gekomen. Ze gaf me een tekstje waarin ik me heel erg herkende. En die herkenning en erkenning deed me veel deugd. Het was niet dat zo dat ik lui was of te weinig moeite deed om goed te spreken.

In de infotekst stond ook o.a. dat mensen die broddelen vaak beter zijn in rekenen dan in taal, vaak onduidelijk schrijven (mijn cursussen zijn een ramp, ik gebruikte altijd de notities van een vriendin die heel mooi kon schrijven), onsamenhangende verhalen brengen, wel gevoel voor ritme kunnen hebben maar weinig voor muziek (als kind wou ik graag drummen, maar geen noten lezen).

Ik heb toen enkele logopediesessies gevolgd maar ik was er niet genoeg voor gemotiveerd. De erkenning was voor mij wel belangrijk op dat moment. Ik had stilaan door dat ik echt wel te snel sprak hoewel ik in mijn eigen beleving dit niet zo ervaar. De eerste keren dat ik mezelf hoorde op een audio-opname, schrok ik hard, was ik dit? Zo snel en onduidelijk. Een schok in mijn zelfbeeld.

Veel jaren verder (ondertussen gehuwd en twee kinderen) vindt mijn schoonmoeder dat mijn zoontje toch wel snel praat. Lap, de appel valt niet ver. Ik had dit eigenlijk niet goed door en ik voelde een zekere ontgoocheling.

 

In de literatuur worden mensen die broddelen bestempeld als patiënten met weinig inzicht in de problematiek, weinig therapietrouw … Dit zal misschien zo wel zijn. Ik vind van mezelf dat wat ik wat ik vertel boeiend is en best duidelijk. Mijn spraakbesturingscentrum is echter niet goed afgesteld, ik geef te veel aandacht aan de inhoud en de taal die ik wil brengen en te weinig aandacht aan de vorm en hoe ik articuleer. Mensen die stotteren zouden juist teveel hun spraak willen sturen en daardoor stotteren, ik bestuur juist te weinig mijn spraak. Beide vloeiendheidsstoornissen zijn met elkaar verwant en toch ook anders.

 

 

Maar misschien is die snelle kronkel in mijn hersenen nog niet zo slecht. Het zorgt ervoor dat ik zeer veel ideeën en fantasie heb. Ik hou enorm van brainstormen en ik kan de meest originele ideeën en associaties hebben.

Ik ben van aard wel gevoelig. Gevoelig op veel vlakken. Voor lawaai (praat ik daarom stiller dan anderen hoewel ik dat voor mezelf als ‘luid’ ervaar ?), gevoelig voor prikkels. Anderzijds probeer ik graag nieuwe dingen en volg ik mijn impulsen (neen, ik heb geen ADHD zoals sommigen op bepaalde momenten eens kunnen denken, want ik kan ook heel rustig zijn).

Ik ben snel in denken, ik kan vooruit denken, ik kan snel verbanden zien, ik ben snel met cijfers en techniek. Ik kan ook goed de relaties tussen mensen inschatten (ik heb er mijn beroep van sociaal werker van gemaakt). Ik hou niet van opdringerige mensen of luidruchtige groepen. Ik heb liever één op één gesprekken met inhoud en nuance. Ik kan heel eerlijk zijn en me kwetsbaar opstellen, ik zeg makkelijk – misschien soms iets te snel – wat er op mijn lever ligt of in mijn hoofd ronddwaalt.

In mijn gesprekken kan ik wel drammerig mijn ding zeggen. In mijn hoofd is hetgeen ik wil zeggen ook allemaal veel logischer en evident maar het kost veel moeite om dit allemaal aan iemand uit te leggen en te formuleren.

Als ik kwaad ben (ik kan me nogal goed ergeren) dan kom ik ook moeilijk uit mijn woorden. Ik ben dan te emotioneel. Dit ervaar ik als heel frustrerend. Niet gezegd krijgen wat je wil en ook geen erkenning krijgen voor je boodschap. Wat afstand nemen en in mijn hoofd al eens formuleren is een goede manier om hiermee om te gaan.

Ik heb altijd gezocht naar steunfiguren. Vrienden wiens cursus leesbaar was, die mij hielpen mijn ideeën te verwoorden … Ik schrijf nu samen met collega’s een artikel (ik ben goed in brainstormen, maar het goed formuleren kost mij veel moeite). Mijn vrouw heeft als beroep les geven aan andertaligen. Ergens ben ik ook een anderstalige. Mijn vrouw heeft het geduld om met mij samen te leven en naar mij te luisteren. Zij kan ook genieten van mijn enthousiasme en impulsen en ik heb deugd van haar regelmaat en dosering.

Ik volg sinds januari terug logopedie. Ik doe het voor mijn leerlingen die recht hebben op een goed verstaanbare docent, voor mijn zoon als voorbeeld, voor mijn omgeving voor hun luistercomfort, voor mezelf om erkenning te krijgen voor wie ik ben en om mezelf goed te kunnen uitdrukken. Ik wens elke persoon die broddelt een goede logopediste toe die vooral herkenning en erkenning geeft en met mildheid confronteert. Anders kan je het als persoon die broddelt snel opgeven of dichtklappen.

Veel zaken herken ik nu bij mijn zoon. Ik kan hem niet behoeden dat mensen hem soms niet vlot verstaan, dat woordjes leren lezen veel moeite kost maar ik geniet ook van zijn enthousiasme, zijn leergierigheid en zijn creatieve ideeën …. Het is best een boeiend leven als persoon die broddelt.

 

Bart Dewaele

 

ERVARINGSBERICHT NANOU (14 jaar)

 

‘Wat zeg je?’ of ‘kun je dat herhalen?’ dat zijn 2 voorbeelden die ik als 14jarige elke dag te horen krijg. Op school, bij mijn vrienden of in de winkel. Het begon ongeveer rond het 3de leerjaar. Te jong voor een meisje met zoveel fantasieën en ideeën volgens mij. Eerst ging ik naar de logopediste van mijn oudere broer ( hij stottert). Dat hielp niet echt veel. Mijn mama vond goede logopedisten in Gent. Volgens hun stotter ik niet zoals mijn vorige logopedisten zeiden,neen het was iets anders. Ik kende het totaal niet, ik kon het woord ook niet eens uitspreken. Zo moeilijk was het woord :BRODDELEN. Het is een soort van broertje van stotteren. Dus telkens als mensen mij niet verstaan zeg ik gewoon dat ik stotter. Het woord broddelen kennen ze toch niet dus ik zag of zie er geen probleem in. Op mijn nieuwe school merkten ze het eerst niet. Ik heb het hun ook niet verteld. Want ik heb het dit jaar anders aangepakt. Eerst zien wat ze van mij vinden zonder dat probleem, de zotte en lieve Nanou. Niet het meisje dat ‘stottert’ . Ze zaten er eigenlijk altijd naast, ik stotter niet ik broddel. Ik heb mijn klas het dan ook maar 2weken later gezegd. Gelukkig aanvaarden ze mij op school zoals ik ben. In het 3de leerjaar broddelde ik heel erg, dat is nu al veel minder. Mijn familie zegt nog wel vaak dat de snelheidsduivel terug is, dan probeer ik wel te vertragen. Maar na een lange schooldag ben ik op. Dan probeer ik zoveel mogelijk vragen te vermijden. Op is op zeg ik meestal in mijn gedachten. Nog zoiets telkens als ik iets wil zeggen en op mijn spreken wil letten zeg ik eerst alles op in mijn gedachten. Daar gaat alles goed maar dan is de uitdaging om het te zeggen in de realiteit. Dan verstijf ik en zeggen ze de vraag die ik al zoveel heb gehoord ‘wat zeg je?’ of ze kijken me aan met hun grote ogen. Daar gaan ze weer denk ik dan. Ze moeten maar meer moeite doen om mij te verstaan. Maar zo mag ik en alle anderen mensen die broddelen niet denken. Wij moeten de moeite doen voor ons verstaanbaar te maken. Ja ik kan traag spreken, maar met veel moeite. Dan is dat dan wel weer een probleem als ik enthousiast ben dan ratel ik maar door en door. Maar op een bepaald moment ga ik te rap. Vroeger merkte ik het niet, nu meer en meer. Het is dan wel raar om te horen dat ik zo rap spreek. De eerste keer dat ik mijn eigen stem hoorde zo rap spreken was ik verstomd! Zo rap had ik nog nooit iemand horen spreken, ben ik dat? Neen dat kon niet en toch besefte ik na een paar keer opnemen dat het mijn stem was die hoorde. Eerst was ik woedend dan vond de woede plaats voor verdriet. Ik ben van persoon al heel erg gevoelig. Nu sta ik al veel beter in mijn schoenen. Dus telkens als die snelheidsduivel daar weer eens is, probeer ik wat trager te spreken.

 

Nanou Vancompernolle

 

ERVARINGSBERICHT Alain (45 jaar)

 

Van zo lang ik me kan herinneren ben ik een stotteraar.

 

Sinds kort volg ik terug therapie bij een logopedist omdat mijn zoontje het ook heeft.

 

Nu blijk ik ook een broddelaar te zijn.

 

Wat dan weer geen gemakkelijk woord is om uit te spreken.

 

De symptomen zijn overduidelijk.

 

Ik spreek vooral te snel, waardoor de articulatie soms te wensen overlaat, en ben me daar doorgaans niet van bewust.

 

Mijn spreken is als een grote trechter waar ik, in plaats van de woorden en zinnen er één voor één in gooi, alles er samen wil doorjagen.

 

‘Viswijf’ is een goed woord om mij te omschrijven, chaotisch vertellen met veel herhalingen, stopwoorden, tussenwoorden en een zinsbouw die kronkelt als een spaghetti.

 

Op school was ik geen hoogvlieger en in verder studeren zag ik het nut niet voor mezelf.

 

De linkshandigheid is dan weer nefast voor mijn schrijfkunst.

 

Mijn concentratievermogen lijkt wel een oude batterij die snel leeg is en lang moet opladen.

 

De vele regels volgen is vaak ingewikkeld, hoewel ik doorgaans goede bedoelingen heb.

 

En ik laat snel alles vallen als de mogelijkheid erin zit sociaal contact te genieten.

 

Maar toch heb ik mijn droom waargemaakt en ben ik professioneel acteur geworden.

 

Op de scène spreek ik zeer goed en duidelijk in verschillende talen en dialecten, de ene keer met vaste teksten en de andere keer is alles geïmproviseerd.

 

De kraan der creativiteit staat steeds open en wordt opgevangen en gefilterd in een grote trechter.

 

Met uitdagingen die mijn handigheid en concentratie tot het uiterste drijven.

 

Genieten van de strijd om artistieke vrijheid te vinden in een opgelegd keurslijf.

 

Waardering krijgen van publiek en collega’s.

 

En vooral nooit opgeven!

 

Ach ja, aan iedereen mankeert wat.

 

 

 

 

Grtjs

 

Alain